Zoeken   
   print   Login
 

“We zijn vriendinnen geworden”

De ouders van Sanne van Gils (15) zijn pleegouders in de crisisopvang. “Kinderen wonen tijdelijk bij ons omdat ze niet meer thuis kunnen wonen. Hun vader of moeder kunnen niet meer voor hen zorgen. Terwijl de kinderen bij ons wonen wordt er gekeken waar ze naar toe kunnen.

Sanne vertelt dat het zo kan zijn dat ze ’s ochtends naar school gaat en dat, als ze ’s middag terug komt er ineens een onbekend jongetje op de bank zit. “Af en toe wel gek hoor. Maar ook wel spannend. Soms leuk als het een leuk kind is maar soms ook helemaal niet leuk. Als een kind heel vervelend is tegen mijn moeder, baal ik wel eens. ‘Doe effe normaal’, zeg ik dan. Mijn moeder zegt dat ik dat niet moet doen want die kinderen weten misschien niet eens wat normaal doen betekent. Ze hebben vaak heel veel vervelende dingen mee gemaakt. Ja, dat snap ik dan wel. Als ik zin heb doe ik wel een spelletje met ze of bij de kleintjes lees ik een verhaaltje voor. Dat vind ik wel leuk om te doen.”

Trots op ouders
Onlangs woonde een meisje van Sannes leeftijd in het gezin. “Dat vond ik wel gezellig. We gingen de stad in. Ze had wel een hele andere smaak dan mij, vond mij een beetje een kakker. Maar we hebben ontzettend gelachen. Zij durfde allerlei sjieke winkels in en we hebben hoedjes gepast. Ik kwam niet meer bij. Ik vond het heel jammer dat ze na 3 maanden naar de kamertraining ging. We waren toch vriendinnen geworden. Maar we hebben nog contact met elkaar, we MSN’en. Zij mist mij ook en we hebben afgesproken om binnenkort in de stad wat te gaan drinken.”

“Ik vind het goed dat mijn ouders dit doen. Ik ben best wel trots op ze.” Sanne vertelt dat ze pas op school een spreekbeurt heeft gehouden over pleegzorg. “De klas vond het heel interessant en wilde vooral weten wat er met die kinderen gebeurd is voordat ze bij ons kwamen wonen. Ja, dat weet ik niet hoor. Mijn vader en moeder weten het wel maar ik wil dat niet weten. Misschien zijn het zulke vervelende dingen dat ik er niet van kan slapen. Oja, ik had trouwens een 9 voor mijn spreekbeurt!”

*) De namen en omstandigheden in dit verhaal zijn fictief. De feiten zijn aan de werkelijkheid ontleend. Voor de foto is gebruik gemaakt van modellen.